Een taal op ademnood : Het trage verdwijnen van het Vlaemsch van Vrankrijk.
In een vroeger schoolgebouw in de schaduw van de kerk Lederzeele schuift Claude zijn stoel naar achteren : “Nuus Vlaemsch is nie geern ezien” zegt hij. Zijn Vlaams klink herkenbaar, maar broos.
Hij heeft gelijk.
Het verdwijnen van het Vlaams van Frankrijk is geen plots fenomeen. Het is het resultaat van twee eeuwen taaldwang, modernisering en maatschappelijke keuzes die de streektaal telkens een stap naar achteren duwde.
Interdit de cracher par terre et de parler flamand !
Deze combinatie van ’spuwen’ en ‘een regionale taal spreken’ toont aan hoe sterk de overheid regionale talen gelijkstelde aan ‘onbeschaafd gedrag’.
Vanaf het einde van de 19de eeuw maakten Franse scholen duidelijk dat er in de klas maar één taal telde. Frans was de sleutel tot vooruitgang ; Vlaams was het obstakel dat eruit moest. Leerlingen die een Vlaams woord fluisterden, riskeerden straf of publieke vernedering. Die aanpak werkte. Vanaf de jaren vijftig werd Frans-Vlaams in veel huizen bewust niet langer doorgegeven. De taal verloor haar plaats aan de keukentafel-en daarmee verloor ze haar toekomst-.
Vandaag herkennen jongeren de taal soms nog van hun voorouders, als een zacht gemompel tijdens familiefeesten, of een uitdrukking die niemand meer precies kan vertalen. Maar spreken doen ze nauwelijks. In sommige dorpen telt men nog een handvol actieve sprekers, zoals hier in Lederzeele. In andere dorpen is het Vlaams gereduceerd tot een cultureel relikwie dat van buitenaf wordt bewonderd, maar van binnenuit nauwelijks nog leeft.
Toch is het Vlaams van Frankrijk in Frans-Vlaanderen nooit helemaal verdwenen. Er zijn lokale verenigingen die ‘babbeltjes’ en ‘lessen’ organiseren, en activisten die terug Vlaamse borden en straatnamen aanbrengen in de dorpen en de steden. Er zijn ook activisten die geijverd hebben voor de erkenning van het Vlaams. Maar of er nog een vloed komt die het Frans-Vlaams nieuw leven kan inblazen, blijft onzeker.
In Lederzeele luisterde ik niet alleen naar een dialect…Ik luisterde naar een geschiedenis die op het punt staat te verdwijnen.
Het Frans-Vlaams staat vandaag symbool voor een bredere vraag die in heel Europa klink : Hoeveel taalkundige diversiteit willen we bewaren ? Wat verliezen we als een taal sterft ?
Alleen woorden, of een manier van kijken, van denken, van verbonden zijn met een streek ?
…
Une langue à l'agonie : la lente disparition du flamand de France.
Dans une vieille école à l'ombre de l'église de Lederzeele, Claude recule sa chaise : ‘Notre flamand est mal vu’, dit-il.
Son flamand sonne familier, mais fragile.
Il a raison.
La disparition du flamand de France n'est pas un phénomène soudain. Elle est le fruit de deux siècles de pression linguistique, de modernisation et de choix sociétaux qui ont sans cesse marginalisé les langues régionales.
Interdit de cracher par terre et de parler flamand !
Cette association de ‘cracher’ et de ‘parler une langue régionale’ illustre à quel point le gouvernement assimilait les langues régionales à un ‘comportement barbare’. Dès la fin du XIXe siècle, les écoles françaises ont clairement indiqué qu'une seule langue était autorisée en classe.
Le français était la clé du progrès ; le flamand, l'obstacle à éliminer.
Les élèves qui murmuraient un mot de flamand risquaient une punition ou l'humiliation publique. Cette approche a fonctionné.
À partir des années 1950, la transmission du flamand a été délibérément abandonnée dans de nombreux foyers. La langue a perdu sa place à la table familiale, et avec elle, son avenir.
Aujourd'hui, les jeunes reconnaissent parfois encore la langue de leurs ancêtres, comme un murmure discret lors des réunions de famille, ou une expression devenue intraduisible.
Mais ils ne la parlent presque plus.
Dans certains villages, il reste une poignée de locuteurs actifs, comme ici à Lederzeele. Dans d'autres, le flamand est devenu un vestige culturel admiré de l'extérieur, mais à peine vivant de l'intérieur.
Pourtant, le flamand de France n'a jamais complètement disparu des Flandres françaises. Des associations locales organisent des rencontres et des cours, et des militants restaurent les panneaux et les noms de rues flamands dans les villages et les villes. D'autres encore militent pour la reconnaissance du flamand de France. Mais l'émergence d'une nouvelle vague de revitalisation du flamand reste incertaine.
À Lederzeele, je n'ai pas seulement entendu un dialecte… j'ai entendu une histoire sur le point de disparaître.
Le flamand de France symbolise aujourd'hui une question plus vaste qui résonne à travers l'Europe : quelle part de diversité linguistique voulons-nous préserver ? Que perdons-nous lorsqu'une langue disparaît ?
De simples mots, ou une façon de voir, de penser, d'être lié à une région ?
M.I.
Информация по комментариям в разработке